Ulva lactuca

Ulva lactuca (Linnaeus)

Nederlandse naam:
Zeesla

Beschrijving:
Deze zeer bekende wiersoort heeft bladeren van soms wel 1 meter in doorsnede. Ze zijn plat en dun, maar wel stevig, twee cellagen dik. Het gladde blad kan rond zijn of onregelmatig van vorm en kan allerlei lobben hebben. De kleur is bleekgroen tot donkergroen. Na het vrijkomen van de voortplantingscellen kunnen de bladranden wit worden. Meestal zit het jonge plantje op 1 punt vast op een schelp of steen en als hij groter wordt, wordt hij door de stroming meegenomen. Vrij in het water zwevend kan hij gewoon verder groeien en behoorlijke lappen vormen. Dat leidt soms tot grote concentraties zeesla op bepaalde plaatsen. Als die aanspoelen en gaan rotten kan dat een aardige stank veroorzaken.

Chromatofoor:
Alleen in pas gedeelde cellen kapvormig, meestal met 1 pyrenoid.

Leefgebied:
Deze zeer algemene soort komt voort in het intergetijdengebied, maar kan ook dieper goed overleven. Heeft wel veel licht nodig om door te kunnen groeien. Kan goed tegen lagere zoutgehaltes. Vrij in het water zwevend of vastgehecht op rotsen, stenen of schelpen, of ook wel hout. Wordt veel aangetroffen op plaatsen waar de omstandigheden enigszins ruw zijn.

Verspreiding:
Komt vrijwel overal op de wereld in de gematigde tot subtropische gebieden voor.

Opmerking:
Er zijn meerdere soorten zeesla en ook een paar soorten die er veel op lijken, maar het onderscheid kunnen we beter overlaten aan de specialisten.
Deze soort is goed eetbaar. Het enige wat je moet doen is hem overgieten met heet water.

%LABEL% (%SOURCE%)