Sertularia cupressina

Sertularia cupressina (Linnaeus, 1758)

Nederlandse naam:
Zeecypres

Beschrijving:
Deze algemene soort is goed te herkennen. De kolonies bestaan uit rechtopstaande hoofdstelen, tot ca. 60 cm lang. Ze hebben afwisselend geplaatste zijtakken, die niet zoals bij sommige andere soorten in één vlak liggen, maar vaak in de vorm van een spiraal rond de hoofdsteel staan ingeplant. Ze splitsen zich weer op in vele veervormige takjes. Het geheel, zeker als er een aantal hoofdstelen bij elkaar staan - wat vaak het geval is - geeft de indruk van een veelvertakt struikje. Kleur geelbruin tot doorschijnend wit. De buisvormige hydrotheca staan afwisselend aan weerszijde van de tak. De rand van de hydrotheca heeft 1 of 2 grote, scherpe tanden en de opening kan afgesloten worden met twee platen. De gonotheca lijken veel op de hydrotheca.

Voortplanting:
Daar zorgen planula larven voor.

Leefgebied:
Van laag in het intergetijdengebied tot minstens 100 m diepte. Komt voor op stenen, schelpen, houten palen en pontons, maar is typisch voor een zandige ondergrond. Vaak in flinke velden, vooral op wat rustiger plaatsen.

Verspreiding:
Wijdverspreid: IJsland, Groenland, Labrador, Massachusetts, Alaska, Californië, Zuid-Afrika en Indo-China. In de Noordzee van Noorwegen tot in het Kanaal.

Opmerking:
Deze soort wordt in Europa geoogst en naar Amerika verscheept voor decoratieve doeleinden. Zelfs schijnt hij wel groen geverfd te worden en verkocht met het verhaal erbij, dat deze 'plant' geen water hoeft, maar vanzelf verder groeit.

%LABEL% (%SOURCE%)