Sepia officinalis

Sepia officinalis Linnaeus, 1758

Nederlandse naam:
Zeekat

Beschrijving:
De meest bekende inktvis. Tot 40 cm lang. Tien armen, met vier rijen zuignappen. Vinnen langs de hele zijkant van het lichaam (sepia.tif). Kleur: vaak gestreept, variabel naarmate de stemming van het dier wisselt. Het snelle wisselen van de kleuren als het dier opgewonden is, is fascinerend om te zien. Het bekende zeeschuim dat we vaak op het strand vinden is het rugschild van deze soort.

Voedsel:
Kreeftachtigen, maar vooral ook vissen.

Voortplanting:
De paringtijd is vooral april en mei. De hectocotylus zit bij deze soort links onder. Het mannetje brengt hiermee een pakketje sperma over in de trechter van het vrouwtje. Direct daarna gaat zij over tot het deponeren van urnvormige, zwartpaarse eieren. Deze worden bevestigd aan bijvoorbeeld de onderzijde van een steen, het plafond van een grot, of ook wel aan willekeurige voorwerpen die in het water uitsteken (s_offici.tif).
Het duurt 4 tot 8 weken voor de eieren uitkomen. Vlak daarvoor worden de eieren doorschijnend. De net uitgekomen jongen zien er al gelijk uit als de volwassen dieren, behalve misschien de kleur, hoewel die toch al tamelijk variabel kan zijn. Ze kunnen zelfs al inkt spuiten en een dreighouding aannemen. Ze blijven enige tijd in de buurt van de plaats waar ze geboren zijn, maar later in het jaar gaan ze naar open water.

Leefgebied:
Boven zand- en slibbodems en in zeegrasvelden, van ondiep water net beneden de laagwaterlijn tot zeker 250 m. Komen naar de kust om te paren en eieren af te zetten.

Verspreiding:
Van Noorwegen en de Britse Eilanden langs de Europese kusten tot Zuid-Afrika; ook algemeen in de Middellandse Zee.

%LABEL% (%SOURCE%)