Pandalus montagui

Pandalus montagui Leach, 1814

Nederlandse naam:
Ringsprietgarnaal

Beschrijving:
Deze sierlijke garnaal kan 16 cm lang worden, maar is meestal kleiner. Een heel duidelijk kenmerk is het rostrum, dat heel lang is: langer dan de carapax en sterk omhoog gebogen. Het heeft een scherpe punt en nogal wat scherpe tanden op boven- en onderzijde - hoewel die vrij klein zijn. Achterlijf naar beneden geknikt. De tweede helft van de tweede poot bestaat uit tientallen kleine geledingen. Kleur: doorzichtig, met een roodbruine waas en onregelmatige roodbruine vlekken. Ook de poten hebben zo'n kleurpatroon. De sprieten vertonen een patroon van banden, afwisselend doorzichtig tot geel, en roodbruin. Dit is vaak een duidelijk kenmerk, maar niet altijd, hoewel de Nederlandse naam wel is afgeleid van dit kenmerk.

Leefgebied:
Van net onder het intergetijdengebied tot 230 m diepte; meestal wordt hij aangetroffen tussen 20 en 150 m. Jongen komen soms in het intergetijdengebied. Hij houdt vooral van zand- en slibbodems.

Verspreiding:
Van Noord-Noorwegen, IJsland en Groenland tot de Britse Eilanden en Nederland; ook in de Oostzee. Aan de oostkust van de Verenigde Staten van de poolzee tot Rhode Island.

Opmerking:
Zowel in Europa als in Amerika wordt deze soort commercieel bevist.

%LABEL% (%SOURCE%)