Ciona intestinalis

Ciona intestinalis (Linnaeus, 1767)

Nederlandse naam:
Doorschijnende zakpijp

Beschrijving:
Tamelijk langgerekte lichaamsvorm, tot 15 cm lengte. Doorschijnend, zachtgeel of -groen, soms een heel klein beetje roodachtig. Maakt een gelatineuze indruk. Een opvallend kenmerk is, dat de randen van de in- en uitstroomopening gegolfd (resp. 8 en 6 lobben) en geel zijn, met soms kleine rode puntjes tussen de lobben (c_intet2.tif). De uitstroomopening staat dicht onder de top. Bij verstoring kan hij 'ineenkrimpen'. Dat doet hij met behulp van een vijftal in de lengterichting verlopende spierbanden in de mantel, die vaak goed zichtbaar zijn. Verder, doordat het lichaam doorschijnend is, kun je iets van de inwendige organen zien: een darmkanaal met maag, en een grote kieuwzeef. In dat laatste orgaan wordt het voedsel uit het water gezeefd en het darmkanaal in geleid, terwijl het kieuwgedeelte de zuurstof uit het water haalt (c_intest.tif).

Leefgebied:
Op harde ondergrond, zoals stenen en houten palen; kan relatief goed tegen vervuiling, reden waarom hij vaak in havengebieden kan worden aangetroffen - en wel in enorme dichtheden, tot wel 2000 per vierkante meter! Bovendien pompt deze soort actief water door zijn lichaam, en kan daardoor gedijen op plaatsen waar weinig stroming staat. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld sponzen, die voor hun voedselvoorziening echt aangewezen zijn op stroming in het water om voldoende voedseldeeltjes toegevoerd te krijgen. Kan ook op grotere wieren worden gevonden. Komt voor van de laagwaterlijn tot 500 meter diepte.

Verspreiding:
Algemene soort in veel delen van de wereld.

%LABEL% (%SOURCE%)